Wat is er mis met de vee-industrie?
Wereldwijd worden er elk jaar zo'n 70 miljard landbouwdieren (kippen, varkens, runderen en andere dieren) verbruikt voor hun vlees, eieren en melk. Naar schatting leeft 70% van hen (zo’n 50 miljard dieren) in intensieve systemen. In Nederland noemen we dit systeem de vee-industrie. De volle, geautomatiseerde stallen lijken immers meer op een fabriek dan op een traditionele boerderij.
Vee-industrie is op het eerste gezicht de goedkoopste manier om de hoogste productie te verkrijgen. Er leven immers veel dieren dicht op elkaar in volle stallen. Dat is makkelijk en goedkoop voor de boer, maar gaat ten koste van het welzijn van de dieren, van mensen en van het milieu. Je kunt hier per diersoort lezen hoe de dieren in de vee-industrie gehouden worden. Het is geen prettig verhaal. Het gaat over volle, kale en vuile stallen of hokken. Over opzettelijke verminkingen en over het dierenleed dat veroorzaakt wordt door verre transporten.
Meer over de schadelijke gevolgen voor mensen en aarde lees je hier.
Vroeger leefden dieren niet in vee-fabrieken. Wat is er gebeurd?
Krappe kooien of hokken, opzettelijk verminken en frustratie zijn aan de orde van de dag.
Varkens vervelen zich een ongeluk in de kale hokken van de vee-industrie.
Legkippen leggen na 1 jaar minder eieren. Dan gaan ze naar het slachthuis.
Vlees- kuikens groeien zo snel dat ze hun eigen gewicht niet meer kunnen dragen.
Ver van hun moeder staan jonge kalfjes altijd binnen in kale en krappe hokken.
Melkkoeien worden steeds vaker het hele jaar door binnen gehouden.
Verre vee-transporten veroorzaken veel dierenleed.