Kleine en diervriendelijke veehouderij

Dit optinieartikel is eerder gepubliceerd op de website van Nationaal Platform RIO+20 op 23 mei 2012  

Zielig! Kinderen vertellen het je precies wanneer ze een foto zien van bijvoorbeeld een varken dat vast zit tussen stalen stangen, of van een ander dier dat zijn dagen slijt in de vee-industrie. Wetenschappers diepten het inmiddels verder uit. Dankzij allerlei onderzoek is nu bewezen dat dieren gevoel hebben, dat ze pijn ervaren en dat hun welzijn in de vee-industrie ernstig wordt geschaad. Alleen daarom al hadden we nooit met intensieve veehouderij moeten beginnen.

Varken in de vee-industrie

Varken in de vee-industrie

Maar er zijn veel meer redenen om de stormachtige wereldwijde ontwikkeling van de vee-industrie ter discussie te stellen. Hoe voeden we steeds meer mensen op een planeet die almaar warmer wordt, waar een miljard mensen honger hebben en er snel veel meer mensen bijkomen? Levert de grootschalige vleesindustrie een bijdrage aan het oplossen van deze vraagstukken, of bereikt ze juist het tegengestelde?

‘Beyond factory farming’ is een stevig rapport van Compassion in World Farming dat deze vraag probeert te beantwoorden. Zoals de titel al doet vermoeden komen de auteurs tot de conclusie dat grootschalige, intensieve veehouderij geen zinvolle bijdrage levert aan oplossing van het wereldvoedselvraagstuk.

Nu nog, verbruikt de vee-industrie op aarde zo’n 60 miljard landbouwdieren per jaar. Als we niets doen zal dat aantal door de stijgende vraag naar vlees verder stijgen tot zo’n 120 miljard in 2050. Al die dieren hebben óók voedsel nodig. Terwijl oogsten door opwarming van de aarde onder druk staan ontstaat er steeds meer concurrentie om schaarse landbouwgrond, die bovendien wordt bedreigd door degradatie en de stijgende zeespiegel.

Industriële vleesproductie is bovendien geen efficiënte manier om voedsel te produceren. Om één kilo dierlijk eiwit te produceren is een veelvoud aan plantaardig eiwit nodig. Naast andere, schaarse grondstoffen, zoals water, verbruikt de vee-industrie dus méér eiwit dan ze produceert. Daar blijft het echter niet bij. ‘Beyond factory farming’ laat ook de andere schadelijke gevolgen van de intensieve veehouderij zien, zoals uitstoot van broeikasgassen, schade aan milieu, natuur en biodiversiteit, de nadelige effecten van overmatige vleesconsumptie op gezondheid en schade aan sociale samenhang op het platteland.

De auteurs pleiten dan ook voor een wereldwijde koerswijziging. Die is gedurfd, maar noodzakelijk. We moeten, voordat de problemen verder de pan uitrijzen en onbeheersbaar worden, stoppen met de intensieve veehouderij en deze vervangen door een veel kleinere, duurzame en diervriendelijkere veehouderij. Een veehouderij die de aarde niet leeg eet, maar die op een slimme en duurzame manier voedsel produceert en die dieren behandelt met compassie en respect.

Het goede nieuws is dat dit kan. Onderzoekers van onder andere de universiteit van Klagenfurt/Wenen onderzochten verschillende scenario’s voor toekomstige voedselproductie, landbouwmethoden en voedingspatronen. Hun conclusie in het rapport ‘Eating the planet?’: we kunnen de ontbossing en de opwarming van de aarde tegengaan én ook in 2050 op een duurzame manier voedsel voor iedereen produceren, door te stoppen met de intensieve veehouderij. Het is dan wel nodig om vleesconsumptie in landen waar die nu het hoogst is drastisch terug te brengen en om af te zien van de productie van bio-brandstoffen. Is dat teveel gevraagd om zó veel brandende problemen aan te pakken?

De publicaties vermeld in dit artikel zijn hier te downloaden.

Geert Laugs

Geert Laugs - Directeur Compassion in World Farming Nederland. 


Deel deze pagina