Dierenwelzijn in de veehouderij

Bron: 'ClubGreen' - 17 augustus 2010

  • Wat is dierenwelzijn?

Vroeger dachten veel mensen dat dieren dingen zijn, zonder gevoel of het vermogen pijn te ervaren. In deze zienswijze is er weinig of geen verschil tussen een dier en -bijvoorbeeld- een klok. Tegenwoordig is er echter veel bewijs dat dieren wel degelijk gevoel hebben. Net als mensen zijn ze in staat pijn en emoties te ervaren, te leren en zich goed of slecht te voelen. Of er sprake is van goed of slecht dierenwelzijn kan aan het dier gemeten worden. Eind 2009 werd een wetenschappelijk Europees project ('Welfare Quality') afgerond, waarin meer dan 100 wetenschappers meetbare welzijnscriteria opstelden voor de belangrijkste diersoorten in de veehouderij.

Biologische veehouderij

Biologische veehouderij

 

  • Wanneer kun je spreken van dierenwelzijn?

In de jaren '60 heeft de Britse Farm Animal Welfare Council de vijf vrijheden opgesteld waaraan voldaan moet worden om te kunnen spreken van goed dierenwelzijn. Dat kan als de dieren vrij zijn:

• van dorst, honger en onjuiste voeding;
• van fysiek en fysiologisch ongerief;
• van pijn, verwondingen en ziektes;
• van angst en chronische stress;
• om hun natuurlijke (soorteigen) gedrag te vertonen.

Deze vijf vrijheden worden breed geaccepteerd. Ze zijn onder andere het uitgangspunt van de Nota Dierenwelzijn (2007) van het Nederlandse ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit.

  • Hoe zit het met dierenwelzijn in de veehouderij?

De meeste dieren die gehouden worden voor hun vlees, melk of eieren leven in de intensieve veehouderij, die ook wel bio-industrie of vee-industrie wordt genoemd. In de intensieve veehouderij worden veel dieren altijd binnen gehouden, in kale stallen, hokken of kooien. Ze kunnen zich nauwelijks natuurlijk gedragen en dat veroorzaakt vaak stress en abnormaal gedrag. Ook worden veel dieren verminkt om hen aan te passen aan de krappe huisvesting. In de intensieve veehouderij staat niet het dier centraal maar de hoge opbrengst. Het dierenwelzijn laat er veel te wensen over.

Hier tegenover staat de biologische veehouderij, waarin veel meer rekening wordt gehouden met het welzijn van de dieren. Zij kunnen naar buiten, hebben meer ruimte in de stal, en verreweg de meeste verminkingen zijn verboden. In Nederland leeft nog geen 2% van de landbouwdieren in deze diervriendelijke veehouderij.

  • Wat zijn de belangrijkste welzijnsproblemen in de intensieve veehouderij en om welke dieren gaat het?

Varkens

In Nederland leven ruim 12 miljoen varkens: mestvarkens, die uiteindelijk worden geslacht voor hun vlees, en fokzeugen, die gehouden worden om de mestvarkens ter wereld te brengen. Mestvarkens leven in kale hokken, zonder stro. In deze impulsarme omgeving is er een grote kans dat de dieren uit verveling aan elkaars staart gaan bijten. Om dat te voorkomen worden de staarten zonder verdoving afgeknipt als de biggen een paar dagen oud zijn. Fokzeugen zitten nog vaak vast in stalen 'kooien' waarin ze zich niet eens om kunnen draaien. Dit leidt vaak tot abnormaal gedrag (bijten op stalen stangen) en tot diverse gezondheidsklachten.

Varken In De Vee Industrie

Vee-industrie

Kippen

In Nederland leven zo'n 40 miljoen legkippen, en worden jaarlijks ca. 400 miljoen vleeskuikens geslacht. De legkippen leven meestal altijd binnen. Bijna de helft leeft in krappe kooien met weinig bewegingsruimte, maar steeds meer boeren schakelen over op scharrelstallen, waarin de kippen vrij kunnen bewegen en soms ook een uitloop naar buiten mogelijk is. Vleeskuikens zijn speciaal gefokt om snel te groeien. Dat gaat zó snel (in zes weken van kuiken tot kip van meer dan 2 kilo) dat de poten het gewicht vaak niet meer kunnen dragen en dat het hart vaak plotseling bezwijkt. Ze staan hun hele, korte leven in volle stallen in hun eigen urine en uitwerpselen.

Melkvee

Melkkoeien worden steeds vaker het hele jaar binnen gehouden. Bovendien worden ook deze dieren speciaal gefokt voor een hoge melkopbrengst. Dat leidt bijvoorbeeld tot klachten aan de uier. Jonge mannelijke kalveren zijn in de melkveehouderij overbodig. Zij geven immers geen melk. Daarom worden de meeste stiertjes direct na de geboorte weggehaald bij hun moeder en afgemest in een kalvermesterij. Hier staan ze altijd binnen op gladde houten vloeren. Voordat ze een jaar oud zijn worden ze geslacht voor hun vlees.

  • Om hoeveel dieren gaat het eigenlijk, groeit de intensieve veehouderij?

De Nederlandse vee-industrie verbruikt jaarlijks zo'n 450 miljoen dieren. De sector is de laatste jaren niet noemenswaardig gegroeid. Wereldwijd worden elk jaar zo'n 60 miljard dieren verbruikt voor hun vlees, melk of eieren. Naar schatting leven 40 miljard van hen in de intensieve veehouderij. Experts houden rekening met een verdubbeling tot 120 miljoen dieren in 2050, als gevolg van de snelle groei van de wereldbevolking en een toename van de vraag naar vlees.

  • Hebben de welzijnsproblemen bij dieren ook gevolgen voor mensen?

Zeker. In de intensieve veehouderij worden veel antibiotica gebruikt. Dat gebeurt niet alleen om zieke dieren te behandelen, maar ook om de uitbraak van ziekten te voorkomen. Als gevolg hiervan kunnen bacteriën resistent worden tegen deze geneesmiddelen, waardoor ze -ook bij mensen- niet meer werken. Een voorbeeld hiervan is de MRSA bacterie, die op veel varkens- en kalverhouderijen leeft. Veel varkens- en kalverhouders zijn besmet met deze bacterie en ziekenhuizen nemen al extra veiligheidsmaatregelen bij de behandeling van deze veehouders.
Bovendien kunnen dierziekten zich door het transport van dieren en door de contacten tussen bedrijven  snel verspreiden. Wanneer een kip in een stal met 50.000 dieren besmet raakt met vogelgriep is al snel de hele stal besmet. Ook mensen kunnen besmet raken door dierziekten als vogelgriep en varkensgriep.

  • Wat zijn de verdere gevolgen van de intensieve veehouderij?

Al langer is bekend dat de hoge concentratie van dieren ernstige gevolgen heeft voor het milieu. Sinds een paar jaar weten we dat ook de opwarming van de aarde voor een belangrijk deel (18%) veroorzaakt wordt door de uitstoot van broeikasgassen door de veehouderij. Om de grootschalige veehouderij draaiend te houden wordt bovendien veel veevoer geproduceerd in ontwikkelingslanden. Daarvoor worden bossen gekapt en wordt grond gebruikt die beter benut zou kunnen worden om gewassen te produceren die direct door mensen gegeten kunnen worden. Zo houdt de vee-industrie ook de oneerlijke verdeling van voedsel op aarde in stand. De grootschalige vee-industrie is een inefficiënte manier om voedsel te produceren. Als zij doorgroeit dreigt de aarde uitgeput te raken en zal er waarschijnlijk niet genoeg voedsel zijn om in de behoefte van de snel groeiende wereldbevolking te voorzien.

  • Wat kan er worden gedaan tegen deze ontwikkelingen?

Stoppen met intensieve veehouderij en vermindering van de vleesconsumptie in de Westerse landen bieden goede mogelijkheden een dergelijk scenario te voorkomen. Volgens onderzoek in opdracht van Compassion in World Farming en Friends of the Earth is het goed mogelijk in 2050 de hele wereldbevolking te voeden, de klimaatuitstoot door de veehouderij te verminderen en het dierenwelzijn te verbeteren door in combinatie met een vermindering van de vleesconsumptie over te schakelen op biologische veehouderij en wereldwijd te stoppen met intensieve veehouderij.

Geert Laugs

Geert Laugs - Directeur Compassion in World Farming Nederland 

 


Deel deze pagina

Doe mee tegen de vee-industrie en ontvang als eerste onze acties voor de dieren!