 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
|
 |
 |
 |
|
|
|
 |
|
De veehouderij speelt een grote rol bij de verandering van het klimaat en de opwarming van de aarde. Zij is voor 18% verantwoordelijk voor de uitstoot van de broeikasgassen methaan, stikstofdioxide en koolstfdioxide. Bovendien komt 64% van de ammoniakuitstoot van de veehouderij en draagt deze bij aan de vervuiling van lucht, grond en water en aan de afbraak van de ozonlaag. De productie van soja (als veevoer voor de vee-industrie in Europa en elders) is een drijvende kracht achter de ontbossing in Zuid-Amerika. |
|
 |

|
 |
|
|
|
 |
|
Om een redelijke kans te maken de temperatuurstijging tot 2 graden Celsius te beperken moet de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in 2050 85% lager zijn dan het niveau van 2000. Uiteraard moet de veehouderij, die meer broeikasgassen uitstoot dan de transportsector, daaraan ook haar bijdrage leveren. De voorspelde wereldwijde verdubbeling van de dierlijke productie rond 2050 zal echter in de komende decennia juist leiden tot een grote toename van de uitstoot van broeikasgassen door de veehouderij. Zo verwacht men bijvoorbeeld dat de uitstoot van stikstofdioxide tot 2030 met 35 tot 60% zal toenemen.
In plaats van te zoeken naar alternatieven, richten veel reacties op de hoge uitstoot van broeikasgassen door de veehouderij zich op een verdere intensivering van de dierlijke productie. Die zou echter leiden tot nog meer verspilling en tot een toename van het aantal dieren, die onder slechte omstandigheden gehouden worden. De effectiefste en eerlijkste manier om de uitstoot van broeikasgassen door de veehouderij terug te dringen is daarom het verminderen van de intensieve veeproductie. |
|
 |

Oerwoud. Bedreigd door de productie voor veevoer.
|
 |
|
Diersoorten sterven uit |
|
 |
|
Momenteel sterven 100 tot 1000 maal meer diersoorten uit dan van nature verwacht mag worden. Door veranderingen aan de leefgebieden, door de klimaatverandering en door overexploitatie draagt de veehouderij direct of indirect bij aan alle drijvende krachten achter dit verlies aan biodiversiteit, aldus de FAO. Mogelijk kan een temperatuurstijging met 3 graden Celsius zelfs leiden tot het uitsterven van de helft van alle diersoorten die op het land leven. |
|
 |

Ook bedreigd: biodiversiteit.
|
 |
|
Water- en luchtvervuiling |
|
 |
|
In de vee-industrie leven veel dieren zo dicht op elkaar dat er in de directe omgeving te weinig land is om de mest te verwerken. De vervuiling van het milieu door de uitstoot van stikstof en fosfor baart al veel langer zorgen dan de aantasting van het klimaat.
Vervuiling door stikstof wordt zowel door dierlijke mest veroorzaakt, als door het gebruik van excessieve hoeveelheden kunstmest om veevoer te produceren. Daarboven vervuilt de productie van vee het water met bezinksel, pesticiden, antibiotica, zware metalen en ziekteverwekkers als salmonella, campylobacter en E-coli. Intensieve veehouderijen zijn bronnen van luchtvervuilende stoffen, die de gezondheid van de arbeidskrachten op de boerderij en hun omgeving kunnen schaden.
|
|
 |