 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
|
 |
 |
 |
|
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Waarom? |
|
 |
|
Naar verwachting zal de wereldbevolking in 2050 gegroeid zijn (van nu 6,5 miljard) naar 9 miljard mensen. De vleesproductie zal daardoor, en door de stijging van de welvaart in grote Aziatische landen, voor 2050 verdubbelen. Dat geldt ook voor het aantal dieren dat daarvoor nodig is.
Alleen al door de voorspelde bevolkingsgroei moeten we ons afvragen of vee-industrie de juiste manier is om de wereld te voeden. Er zijn echter méér factoren die het stellen van deze vraag onontkoombaar maken:
|
|
 |
|
|
|
 |
|
 |
Vee-industrie is een inefficiënte manier om eiwitrijk voedsel te produceren. Voor de productie van één kilo vlees is een veelvoud aan kilo's graan nodig als veevoer. De grond die hiervoor nodig is zou beter gebruikt kunnen worden om plantaardig voedsel te produceren dat rechtstreeks door mensen gegeten kan worden. |
 |
Vee-industrie gebruikt ook op grote schaal andere grondstoffen zoals water en olie, die steeds schaarser zullen worden. De vraag naar bio-brandstof legt een extra beslag op de beschikbare landbouwgronden. Door de gevolgen van de klimaatverandering (hitte, droogte, overstromingen in laag gelegen gebieden) komt er mogelijk minder land beschikbaar voor mensen, landbouw en industrie. Op haar beurt draagt de veehouderij in hoge mate bij aan de uitstoot van broeikasgassen en de opwarming van de aarde. Die uitstoot moet dringend beperkt worden. |
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Het is zeer denkbaar dat de grote voorraden energie, land en water waarop de vee-industrie is gebaseerd, in 2050 niet meer beschikbaar zijn. Dat maakt haar economisch en ethisch onhoudbaar. Intensieve veehouderij is het verkeerde model om de wereldbevolking in 2050 te voeden.
In de komende decennia moet de belasting van het milieu door de voedselproductie worden gehalveerd.
Vermindering van de dierlijke productie, gecombineerd met een minder grondstoffen vergende extensieve landbouw, is het meest effectieve middel daartoe. Hierbij past uiteraard ook een vermindering van de vleesconsumptie in de ontwikkelde, westerse landen.
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Vee-industrie
In de tweede helft van de 20e eeuw ontstond in de rijke, ontwikkelde landen een nieuwe vorm van veehouderij: de intensieve veehouderij, die in Nederland vaak bio-industrie en -sinds kort- vee-industrie genoemd wordt.
In deze industriële veehouderij leven veel dieren dicht op elkaar. Vaak staan ze altijd binnen, in krappe hokken of kooien. Ze produceren 'goedkoop' vlees, melk of eieren: dierlijk voedsel dat in de ontwikkelde landen voor iedereen, elke dag bereikbaar en betaalbaar is. Wereldwijd worden nu al jaarlijks zo'n 60 miljard dieren verbruikt voor het voedsel dat ze produceren en industriële veehouderij rukt steeds verder op.
| |