Successen
In Nederland
Vacatures
Contact
Kalfjes
Varkens
Transport
Legkippen
Vleeskippen
Klimaat
Op school
Foto-gallery
December
Winkel
MAIL-protest
Doneren
Vrijwilliger
Actiepakket
E-nieuwsbrief
Bio-industrie
Vind beter vlees
Opinie
Publicaties
Persberichten
 Bio-industrie:  Welzijn | Legkippen | Vleeskuikens | Varkens | Melkkoeien | En verder

De manier waarop dieren in de bio-industrie gehouden worden heeft ernstige nadelen voor hun welzijn. dat hebben we in de voorgaande pagina's gezien. Maar de bio-industrie zorgt voor nóg meer problemen.


Verre diertransporten

Veel landbouwdieren gaan, voordat ze geslacht worden, schrikbarend lang op transport waarbij ze ernstig uitgeput, uitgedroogd en gespannen raken. Sommige dieren raken verwond of worden onder de voet gelopen door hun soortgenoten. In de ergste gevallen sterven er vele dieren. In 2001 bijvoorbeeld werden er meer dan 6 miljoen schapen levend vervoerd van Australië naar het Midden Oosten. De dieren reizen soms wel 3 dagen tot de havens en hebben dan nog een zeereis voor de boeg die wel 3 weken kan duren. Zo’n 85000 schapen overleefden deze zeereizen in 2001 niet.
Compassion in World Farming vindt dat er een einde moet komen aan de lange afstandtransporten van levende dieren. Deze transporten kunnen net zo goed vervangen worden door het vervoer van vlees.
Meer hierover.




Slacht

Doorgaans worden dieren voor de slacht verdoofd door bedwelming, gas of stroom. Vervolgens wordt de keel van het dier doorgesneden waardoor het doodbloedt. In sommige gevallen worden de dieren onvoldoende verdoofd of komen ze bij tijdens het doodbloeden, hetgeen extreme pijn en angst veroorzaakt. Bij sommige methodes van rituele slacht wordt het dier zelfs helemaal niet verdoofd. Ook is er in veel landen geen wetgeving en zelfs geen regelgeving voor slachtpraktijken.
Compassion in World Farming vindt dat alle dieren effectief verdoofd en onmiddellijk daarna gedood moeten worden om het lijden van de dieren zo beperkt mogelijk te houden.




Volksgezondheid

In sommige landen zoals de Verenigde Staten krijgen landbouwdieren stelselmatig hormonen toegediend om sneller te groeien of meer melk te produceren. Uit zorg voor dierenwelzijn en volksgezondheid is het gebruik van hormonen in de Europese Unie verboden. Ook zorgwekkend is het overmatig gebruik van antibiotica bij landbouwdieren waardoor zich resistente bacteriën gaan ontwikkelen. Antibiotica worden vaak stelselmatig gebruikt als groeiversnellers of om snelle verspreiding van bacteriële infecties tegen te gaan. En dit laatste kan voorkomen in de overvolle stallen van de intensieve veehouderij. Uit een WHO-bijeenkomst van 70 gezondheidsexperts in 1997 bleek dat : “ Vier resistente bacteriën die ziekten bij mensen veroorzaken zijn overgebracht van dieren op mensen en gevolgen blijken te hebben voor de volksgezondheid. Deze vier zijn: Salmonella, Campylobacter, Enterococci, E. Coli.” Vanaf 2007 is het in de EU verboden antibiotica structureel aan het veevoer toe te voegen. Deze medicijnen mogen dan alleen nog gebruikt worden wanneer een dier werkelijk ziek is.




Milieu

In de bio-industrie zitten dieren vaak binnen en te dicht op elkaar, om nog van duurzame en milieuvriendelijke veehouderij te kunnen spreken. Op, of dichtbij, de bedrijven is er vaak te weinig ruimte om het voer te kunnen produceren en om de mest op een verantwoorde manier kwijt te raken. Land, water en energie zijn juist noodzakelijk om hoogwaardig veevoer te kunnen produceren. Intensieve voedselproductie gaat gepaard met het gebruik van kunstmest en verdelgingsmiddelen leiden tot schade aan natuur en biodiversiteit.
Overtollige voedingsmiddelen uit de bio-industrie vervuilen rivieren, meren en het grond- en zeewater waardoor het ecosysteem beschadigd raakt en drinkwater verontreinigd kan worden. De bio-industrie is ook een belangrijke bron van vervuiling, die in verband gebracht wordt met de opwarming van de wereld, de beschadiging van de ozonlaag en de zure regen.




Economie en sociale omstandigheden

Aangezien regelgeving omtrent milieu, dierenwelzijn en arbeidsrecht in geïndustrialiseerde landen steeds strenger wordt, verplaatst de bio-industrie zich naar ontwikkelingslanden waar mogelijk nog geen wetgeving bestaat voor de bescherming van mens, dier en milieu.
Als de bio-industrie geïntroduceerd wordt in ontwikkelingslanden zullen kleine boeren niet meer in staat zijn om te concurreren en hun levensonderhoud verliezen. Hierdoor zullen velen migreren van het platteland naar stedelijke gebieden, hetgeen leidt tot sociale problemen. Bovendien zijn producten van de bio-industrie vaak bedoeld voor de welvarende stadsbevolking en voor de export en komen ze niet tegemoet aan voedselbehoefte van de armen. De bio-industrie is ook afhankelijk van technologie en grondstoffen. Ze is daardoor niet duurzaam.




Wereldhandelsorganisatie WTO

De laatste jaren zijn de regels voor dierenwelzijn in de Europese Unie op belangrijke punten verbeterd, als gevolg van wetenschappelijke inzichten en onder druk van de publieke opinie. Deze vooruitgang wordt echter ernstig bedreigd door de regels voor vrijhandel, die worden opgelegd door de wereldhandelsorganisatie WTO. Een land, of een groep landen (zoals de EU), kan onder de WTO-regels geen import weigeren op ethische gronden. Ook kan zo'n land er niet op staan dat haar dierenbeschermingswetten zowel op geïmporteerde producten als op binnenlandse producten van toepassing zijn.
De EU heeft bijvoorbeeld de legbatterij verboden vanaf 2012, maar onder de WTO-regels kan de EU de import van legbatterij-eieren niet verbieden. Er is een reëel gevaar dat Europese eierproducenten een deel van hun markt verliezen aan goedkopere geïmporteerde legbatterijeieren. De EU is daarom van plan het legbatterijverbod nogmaals in beschouwing te nemen in 2005. Wanneer de EU van de WTO haar eigen welzijnsnormen niet mag toepassen op geïmporteerde eieren, is het mogelijk dat de EU van het verbod op de legbatterij afziet. CIWF vindt dat de WTO-regels bijgesteld moeten worden zodat er een einde komt aan de schadelijke invloed hiervan op het dierenwelzijn.
Volgens voorstanders van vrijhandel zal het schadelijk zijn voor ontwikkelingslanden wanneer andere landen hun dierenbeschermingsbeleid gaan toepassen op geïmporteerde producten. De meeste boeren in de meeste ontwikkelingslanden houden echter nog steeds dieren in kleine, extensieve boerderijen die veel van de welzijnsproblemen die met de bio-industrie gepaard gaan niet kennen. In plaats van een schadelijk effect zou er voor hen juist een concurrentievoordeel kunnen ontstaan.
Lees meer hierover




vorige pagina - volgende pagina


Colofon

‘Wat is er mis met de bio-industrie?’ is een uitgave van Compassion in World Farming Nederland. Tekst: Heather Pickett (CIWF Trust). Nederlandse bewerking: Diana Sijstermans en Geert Laugs (eindredactie).
Stichting Compassion in World Farming Nederland; Postbus 1305; 6501 BH Nijmegen; telefoon: 024-3555552; website: www.ciwf.nl e-mail: ciwf@ciwf.nl


Startpagina | Zoeken | Sitemap | Links | Contact