Successen
In Nederland
Vacatures
Contact
Kalfjes
Varkens
Transport
Legkippen
Vleeskippen
Klimaat
Op school
Foto-gallery
December
Winkel
MAIL-protest
Doneren
Vrijwilliger
Actiepakket
E-nieuwsbrief
Bio-industrie
Vind beter vlees
Opinie
Publicaties
Persberichten

De wereldhandelsorganisatie (WTO) vormt een ernstige bedreiging voor wetten die beogen het welzijn van dieren te verbeteren. Op deze pagina lees je waarom.


INHOUD:

WTO: DE GROOTSTE BEDREIGING VOOR HET WELZIJN VAN DIEREN

WTO BEPALINGEN VOOR DE INVOER VAN AGRARISCHE PRODUCTEN

SCHADE BEROKKEND DOOR DE WTO

Wildklemmen en cosmeticaproeven op dieren

Doden van Dolfijnen

WTO-REGELS BELEMMEREN GOEDE NIEUWE WETTEN VOOR DIERENLegbatterijen

Vleeskuikens

Groeihormonen in rundvlees

Verdrinken van schildpadden

ONTWIKKELINGSLANDENHERVORMEN IS NOODZAKELIJK

Meer moed is nodig

Honden- en kattenbont

Het standpunt van de WTO is absurd


Deze tekst is gebaseerd op de brochure 'WTO, the greatest threat facing animal protection today' door Peter Stevenson, uitgegeven door Compassion in World Farming Trust, Petersfield (UK), 2003.

WTO: DE GROOTSTE BEDREIGING VOOR HET WELZIJN VAN DIEREN

Al vele jaren ondergraven de regels voor vrijhandel van de wereldhandelsorganisatie (WTO) de vooruitgang op het gebied van dierenwelzijn. Alleen als deze bepalingen veranderd worden, kan er een einde komen aan de blokkade die de WTO opwerpt tegen betere wetten en regels voor het welzijn van dieren.


WTO BEPALINGEN VOOR DE INVOER VAN AGRARISCHE PRODUCTEN
Bij de WTO, die in 1995 werd opgericht, zijn nagenoeg alle landen van de wereld aangesloten. Zij hebben zich onderworpen aan strikte regels voor de internationale handel en daarmee eigen nationale zeggenschap uit handen gegeven. De WTO heeft het recht landen die zich niet aan haar regels houden te beboeten. Uitgangspunt van de WTO is het bevorderen van de handel, door zoveel mogelijk belemmeringen weg te nemen. Als het aan de WTO ligt moeten beperkingen van de invoer en belastingen en tarieven op import zo snel mogelijk plaats maken voor ongelimiteerde vrijhandel. En dat heeft een rampzalig effect op pogingen het welzijn van dieren te verbeteren.

Volgens de huidige WTO regels mogen de aangesloten landen producten uit andere landen niet anders behandelen dan soortgelijke producten die ze zelf maken. Alleen het eindproduct telt voor de WTO, de wijze waarop het gemaakt is, is niet van belang. Beter dierenwelzijn heeft echter alles met de manier van produceren te maken en veel minder met het eindproduct. Terwijl de WTO gelijke concurrentiepositie tussen haar leden beoogt, benadeelt zij zo in de praktijk landen met hogere dierenwelzijnsnormen. Een voorbeeld:

Steeds meer mensen kopen scharreleieren, in plaats van legbatterij-eieren uit de bio-industrie, waar dierenleed aan kleeft. Om het welzijn van de kippen te verbeteren heeft de Europese Unie (EU) al besloten de legbatterij vanaf 2012 te verbieden. Het door de WTO aangehangen principe van vrijhandel staat Europa echter niet toe de import van goedkopere eieren uit landen met minder strenge welzijnswetgeving aan banden te leggen. "Een ei is een ei", zegt de WTO. Het maakt haar niet uit of een ei uit de legbatterij komt, of afkomstig is van een kip die een beter, natuurlijker leven gehad heeft.

Volgens de bepalingen van de WTO mag een land, of een groep landen zoals de Europese Unie (EU) import niet verbieden, zelfs niet wanneer dat gebeurt om ethische redenen. Bovendien mag een land (of groep landen) niet eisen, dat eigen wetten ook strikt worden toegepast op geïmporteerde producten. Het gevaar dat landen maar helemaal afzien van betere welzijnswetgeving is daardoor levensgroot. Dit blijkt uit een aantal recente voorbeelden.


SCHADE BEROKKEND DOOR DE WTO:
Wildklemmen en cosmeticaproeven op dieren
Eén van de voornaamste EU-richtlijnen op het gebied van dierenwelzijn, het verbod om bont te importeren uit landen waar wildklemmen gebruikt worden, is inmiddels al danig afgezwakt, uit vrees voor een aanklacht door de WTO. Om dezelfde reden is het verbod op de verkoop van cosmetica die getest werd op dieren (waartoe de EU al in 1993 besloot) nog steeds niet van kracht.

De EU heeft nu een volledig verbod op dierenproeven voor cosmetica aangekondigd, dat in 2009 van kracht wordt. Vanaf 2013 mogen ook geen cosmetica meer worden verkocht die op dieren getest zijn. Het heeft echter jaren van intensief actievoeren en lobbyen gekost om dit verbod te bereiken en het is maar de vraag of het verbod op de verkoop van op dieren geteste cosmetica stand zal houden. Immers: het gevaar dreigt dat fabrikanten hun cosmetica buiten de EU testen op dieren, maar de producten binnen de EU blijven verkopen.

Doden van Dolfijnen
Daarnaast werd een poging van de Verenigde Staten om dolfijnen te beschermen door de GATT (de voorloper van de WTO) afgewezen als onwettig. In bepaalde zeegebieden zwemmen scholen tonijn vaak onder dolfijnen. Vissers maken er een gewoonte van om dolfijnen te gebruiken om de tonijn op te sporen. Ze werpen hun netten uit rond beide scholen vis, waardoor veel dolfijnen verstrikt raken in de netten en sterven. Om de dolfijnen te beschermen besloten de VS de import van tonijn die op deze manier gevangen is te verbieden. Toch veroordeelde de WTO deze humane maatregel als een inbreuk op de vrijhandel.


WTO-REGELS VORMEN EEN BELEMMERING VOOR GOEDE NIEUWE WETTEN VOOR DIEREN
De WTO-regels maken het steeds moeilijker voor landen (of groepen landen zoals de EU) om goede nieuwe wetten op het dierenwelzijn op te stellen. Zelfs al heeft een land op haar grondgebied dieronvriendelijke systemen, zoals de legbatterij of de kalverkist, verboden, dan nog kan het de import van vlees en eieren die afkomstig zijn uit dergelijke systemen niet verbieden. Regeringen zijn daardoor minder snel geneigd een eigen verbod uit te vaardigen omdat het risico bestaat dat de eigen boeren oneerlijke concurrentie wordt aangedaan door goedkope import. Deze ingevoerde producten zijn niet onderworpen aan regels op het gebied van dierenwelzijn.

Legbatterijen
Een voorbeeld: om het welzijn van legkippen te verbeteren zijn de huidige legbatterijkooien vanaf 2012 verboden in de EU. Maar volgens de WTO-regels kan de import van eieren uit legbatterijen niet verboden worden. Daarom heeft de EU, al bij het uitvaardigen van het verbod op de legbatterij, besloten het verbod op deze kooien in 2005 opnieuw te bezien. Als de WTO-regels niet veranderen, bestaat de mogelijkheid dat de EU besluit om het eigen verbod op de legbatterij terug te schroeven.

Elk land dat dierenwelzijn meer inhoud wil geven, zal geconfronteerd worden met hetzelfde dilemma : Durven we deze verbetering wel door te voeren, als geïmporteerde producten het werk van onze eigen boeren dreigen te ondermijnen?

Vleeskuikens
Nog een voorbeeld : in vele delen van de wereld worden vleeskuikens gefokt in intensieve houderijsystemen. Vaak worden ze gehouden in uitpuilende schuren en ze worden gedwongen zo snel te groeien dat veel kippen gebreken aan de poten hebben en lijden aan hartkwalen. Maar veel landen zullen terugschrikken voor de invoering van hogere normen voor het welzijn van vleeskuikens, omdat de inkomsten van hun eigen boeren bedreigd worden door de import uit landen waar het fokken in intensieve houderijsystemen nog steeds is toegestaan.

Groeihormonen in rundvlees
In de EU is het verboden groeihormonen toe te dienen aan rundvee. Ook de import van vlees van vee dat met deze hormonen is behandeld, is verboden. Groeihormonen vormen een ernstige bedreiging voor mens en dier. Desondanks hebben de VS een klacht ingediend bij de WTO tegen het invoerverbod van de EU. De VS proberen ook andere landen te dwingen om de import toe te staan van genetisch gemanipuleerde gewassen en binnen afzienbare tijd, ongetwijfeld ook van eieren en melk van genetisch gemanipuleerde dieren.

Verdrinken van schildpadden
In 1998 behandelde de WTO de ‘garnaal-schildpad’ zaak. De VS hadden de import verboden van garnalen die gevangen waren volgens een methode die ertoe leidde dat zeeschildpadden verstrikt raakten in de voor garnalenvangst gebruikte sleepnetten. Hierdoor verdrinken jaarlijks talloze schildpadden. De VS stonden uitsluitend de invoer toe van garnalen afkomstig uit landen die vissersschepen verplichten om apparatuur te gebruiken die voorkomt dat zeeschildpadden terecht komen in de netten.
Alle soorten zeeschildpadden zijn met uitsterven bedreigd. Het is onvoorstelbaar dat de WTO toch besloot dat het verbod van de VS onwettig was, omdat het indruiste tegen de regels op de vrijhandel.
In 2001 nam de WTO het verbod van de VS opnieuw in behandeling, omdat de VS, als reactie op het eerdere besluit van de WTO, bepaalde onderdelen ervan hadden veranderd om eerlijke concurrentie te waarborgen. Deze keer oordeelde de WTO dat het verbod van de VS aanvaardbaar was. Dit is een belangrijke nieuwe ontwikkeling. Maar desondanks is het onwaarschijnlijk dat de WTO zich even positief zou hebben opgesteld als het hier ging om niet bedreigde diersoorten. Dat betekent dat de nieuwe ‘garnaal-schilpad’-bepaling vermoedelijk weig zal veranderen aan het lot van kippen, varkens, pelsdieren of in laboratoria gebruikte dieren.


ONTWIKKELINGSLANDEN
Voorstanders van de vrijhandel zeggen vaak dat ontwikkelingslanden benadeeld zouden worden als andere landen bij hun invoerbeleid een beroep kunnen doen op eigen normen voor de bescherming van dieren. Dit is echter niet waar. Van een dergelijk nadeel zou geen sprake zijn, als de landen op het noordelijk halfrond mochten eisen dat voor importvlees of –eieren, de normen voor dierenwelzijn in grote lijnen overeen zouden stemmen met wat van toepassing is op hun eigen boeren :

De intensieve houderijsystemen voor landbouwdieren, die binnen de EU geleidelijk via wettelijke maatregelen aan banden worden gelegd, zijn in de meeste 'ontwikkelingslanden' nog onbekend. Intensieve veehouderij begint weliswaar zijn intrede te doen in 'ontwikkelingslanden', maar het merendeel van de boeren in deze landen houdt zijn dieren nog steeds op de oude, arbeidsintensieve manier, waarbij het leed van dieren in de bio-industrie vermeden wordt. Ontwikkelingslanden zouden er geen nadeel van ondervinden, wanneer hen werd gevraagd om ervoor te zorgen dat het vlees en de eieren die zij willen exporteren naar de EU aantoonbaar afkomstig zijn van hun arbeidsintensieve bedrijven en niet van de intensieve veehouderijsystemen. Zij zouden juist een concurrentievoordeel kunnen verkrijgen door de nadruk te leggen op hun diervriendelijkere houderij. Bovendien zal export uit die landen meer en meer bepaald worden door het al of niet voldoen aan de normen voor dierenwelzijn die de grote internationale grootwinkelbedrijven stellen.

In de landen waar de bio-industrie zich het meest ontwikkeld heeft is men zich inmiddels bewust geworden van de nadelige gevolgen en probeert men het tij te keren. Veel landen zijn het er nu over eens dat intensieve veehouderij geen nut heeft in ontwikkelingslanden. Het houden van dieren in de bio-industrie heeft een rampzalige uitwerking op armoedebestrijding. Het bestaan van miljoenen kleine boeren wordt bedreigd doordat de intensieve houderij in de bio-industrie minder arbeidskrachten vereist. Wanneer er grote intensieve veehouderijen worden opgezet in landbouwgebieden, kunnen de kleine boeren in de omgeving er doorgaans niet mee concurreren en gaan ze failliet. Deze vorm van agro-industrie is op lange termijn niet vol te houden vanwege de hoge investeringen en de moderne technologie, die producenten steeds afhankelijker maken. De oplossing voor het verlichten van de voedselschaarste in ontwikkelingslanden moet men zoeken in duurzame en humane agragrische methoden. Hierdoor worden boeren niet in hun bestaan bedreigd en komt hun werk ten goede aan de plaatselijke gemeenschap.

Het intensief houden van dieren in de bio-industrie:

* vervuilt het milieu: doordat veel dieren dicht op elkaar staan produceert de bio-industrie veel meer mest dan de directe omgeving kan verwerken;
* bedreigt de voedselketen: om één kilo vlees te produceren worden veel meer kilo's voor menselijke consumptie geschikt graan verwerkt in veevoer.
* is een bedreiging voor de gezondheid van de mens: overconsumptie van dierlijke producten kan leiden tot hartziekten en bepaalde vormen van kanker;
* draagt bij aan de verspreiding van veeziekten zoals varkenspest en Mond- en Klauwzeer (MKZ), die in de onhygienische en overvolle stallen van de bio-industrie snel, veel slachtoffers maken;
* bedreigt ook de menselijke gezonddheid: door het veelvuldige gebruik van antibiotica in de bio-industrie kunnen bacterieën ongevoelig worden voor antibiotica die in geneesmiddelen voor mensen gebruikt worden.


HERVORMEN IS NOODZAKELIJK
De WTO-regels moeten gewijzigd worden om hun schadelijke invloed op de bescherming van dieren een halt toe te roepen. Het moet mogelijk worden dat leden van de WTO maatregelen (zoals een invoerverbod) nemen, die tot doel hebben hogere normen voor dierenwelzijn veilig te stellen. Wanneer een land op zijn eigen grondgebied hoge normen hanteert voor dierenwelzijn, moet het de mogelijkheid hebben om de invoer tegen te houden van producten, die afkomstig zijn van dieren die niet volgens dezelfde normen behandeld zijn.
Momenteel kunnen landen, die weinig belang hechten aan de bescherming van dieren, hun regels opleggen aan anderen en eisen dat hun exportproducten aanvaard worden, zelfs wanneer het importerende land van mening is dat deze producten op een wrede en onwettige manier gemaakt zijn.

Het is schandalig dat regeringen een overeenkomst getekend hebben die enkel gericht is op vrijhandel en blijven volhouden dat andere overwegingen – zoals het beschermen van dier en milieu en sociale rechtvaardigheid – ondergeschikt zijn aan de vrije handel van ‘goederen’. De regels moeten aangepast worden om ervoor te zorgen dat ethische overwegingen niet langer het onderspit delven voor het alles overheersende belang van de vrijhandel.

Meer moed is nodig
De WTO-regels moeten hervormd worden, maar zelfs binnen het kader van de bestaande regels zouden WTO-leden meer moed kunnen tonen bij het invoeren en -indien nodig- bij het verdedigen van wetten voor het welzijn van dieren.
De VS hebben stelling genomen in de verdediging van de maatregelen ter bescherming van dolfijnen en zeeschildpadden. Bij de eerste tekenen dat er problemen zouden kunnen ontstaan, deed de EU daarentegen afstand van het invoerverbod van bont van dieren die met de wildklem gevangen werden. Ook heeft de EU zijn cosmeticawet nog steeds niet in uitvoer gebracht.
De WTO-regels zijn veel minder duidelijk dan de voorstanders van vrijhandel ons willen doen geloven. Veel van de schade die het dierenwelzijn wordt toegebracht, is niet zo zeer te wijten aan de geldende regels, maar aan de manier waarop ze geïnterpreteerd worden. De ‘garnaal-schilpad’ zaak bewijst dat een land dat vasthoudt aan de wet op het beschermen van dieren, wel degelijk zijn gelijk kan halen.

Honden- en kattenbont
In de Verenigde Staten is onlangs een wet aangenomen die de import van honden- en kattenbontproducten in de VS verbiedt. Doorgaans gaat men ervan uit dat een invoerverbod een inbreuk vormt op de WTO-regels, maar de VS wilden duidelijk paal en perk stellen aan een uitermate wrede handel. Het lot van de honden en katten die gebruikt worden voor bont, is weerzinwekkend. De wet benadrukt dat de vraag van de Amerikaanse markt “geen aansporing mag zijn om honden en katten te doden vanwege hun vacht” en dat Amerikaanse consumenten het recht hebben “ervoor te zorgen dat zij niet onwetend bijdragen aan deze gruwelijke handel”. Wanneer dit invoerverbod bij de WTO zou worden aangeklaagd, zouden de VS zich kunnen beroepen op uitzonderingen op de WTO-regels die bepaalde handelsbeperkingen toelaten om de gezondheid van dieren en de publieke moraal te beschermen. De WTO heeft deze uitzonderingen in de regel echter zeer strikt toegepast.
In tegenstelling tot de Verenigde Staten weigert de EU het Amerikaanse voorbeeld te volgen en deze wrede import te verbieden, alleen maar omdat ze bang is voor een aanklacht door de WTO.
Er bestaat geen twijfel over dat de WTO-regels vooruitgang op het gebied van dierenwelzijn tegenhouden, die anders zou hebben plaatsgehad. Deze vooruitgang is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en is de wens zijn van een groot deel van de bevolking.

Het standpunt van de WTO is absurd:
Volgens de WTO-regels mag een regering in eigen land de verkoop verbieden van vlees van dieren die in het land zelf op een dieronvriendelijke manier gehouden werden, maar zo'n verbod mag niet gelden voor geïmporteerd vlees. Een regering mag haar eigen boeren verplichten geen legbatterijen meer te gebruiken, maar ze mag de import van eieren uit legbatterijen niet verbieden. De tegenstrijdigheid hiervan is duidelijk. Terwijl de WTO regels beogen geimporteerde producten een eerlijke kans te geven zijn we bij het tegenovergestelde uitgekomen: geimporteerde producten worden begunstigd boven producten die in eigen land geproduceerd werden.

De WTO-regels moeten worden aangepast om het landen mogelijk te maken onderscheid te maken tussen goederen die op een humane manier geproduceerd werden en goederen die op een wrede manier geproduceerd werden.


Deze tekst is gebaseerd op de brochure 'WTO, the greatest threat facing animal protection today' door Peter Stevenson, uitgegeven door Compassion in World Farming Trust, Petersfield (UK), 2003.
Nederlandse bewerking: Geert Laugs, CIWF Nederland, met dank aan
GAIA.


Europese Grondwet, óók voor dieren? <

Maatschappelijk debat 2003 >

Startpagina | Zoeken | Sitemap | Links | Contact