 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
|
 |
 |
 |
|
Maatschappelijke discussie over de intensieve veeh |
|
 |
|
Bijdrage van Compassion in World Farming Nederland
In het najaar van 2003 organiseerde minister Veerman een nationaal debat over de toekomst van de intensieve veehouderij (=bio-industrie) in ons land. Alle betrokkenen werd gevraagd aan de hand van zes dilemma’s een discussiebijdrage te leveren. Op deze pagina de korte, maar duidelijke reactie van Compassion in World Farming.
|
|
 |
|
Dieren vergeten? |
|
 |
|
Het eerste dilemma dat minister Veerman geformuleerd heeft voor het nationale debat over de toekomst van de intensieve veehouderij luidt: "Het maatschappelijk belang, of het bedrijfsbelang?". Het is opmerkelijk dat de meest directe belanghebbenden, de dieren, in deze vraagstelling niet genoemd worden. In de bio-industrie worden, alleen al in Nederland, meer dan een half miljard dieren per jaar gefokt, vetgemest, geslacht, of levend op transport gesteld. De omstandigheden waaronder zij leven en de manier waarop er met hen omgesprongen wordt, zijn voor steeds meer mensen onacceptabel en dat is ook een van de redenen waarom minister Veerman dit debat organiseert.
|
|
 |
|
Voelende wezens" |
|
 |
|
Sinds 1997 erkent de Europese Unie in het verdrag van Amsterdam dat dieren 'sentient beings' zijn: wezens die kunnen voelen en pijn ervaren. Al wat langer, sinds 1992, is in Nederland de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren van kracht die erkent dat dieren een intrinsieke waarde hebben. De consequentie van deze wettelijke erkenning van de status van dieren is, dat aan hun belangen veel meer gewicht moet worden toegekend dan nu het geval is: wanneer er voor gekozen wordt dieren te houden voor de productie van vlees en ander voedsel dienen juist hún belangen voorop te staan. De productieomstandigheden moeten worden aangepast aan de natuurlijke behoeften van de dieren, in plaats van de huidige situatie waarin de dieren (soms letterlijk via pijnlijke ingrepen) worden aangepast aan de meest rendabele productiewijze.
|
|
 |
|
Over de hele linie verbetering nodig |
|
 |
|
Voor de Nederlandse veehouderij betekent dit dat er over de hele linie een forse verbetering van het dierenwelzijn nodig is. Er moet tenminste een einde komen aan nu op grote schaal gangbare praktijken zoals het gebruik van batterijkooien en veel te krappe hokken, het kappen van snavels, het knippen van staarten en het castreren van biggen. Ook de huisvesting moet worden verbeterd om het dieren minimaal mogelijk te maken hun hele repertoire van natuurlijk gedrag te vertonen.
|
|
 |
|
De" consument is niet schuldig |
|
 |
|
Compassion in World Farming is van mening dat te vaak en te eenzijdig naar 'de consument' gewezen wordt als hoofdverantwoordelijke voor het geringe succes van diervriendelijker geproduceerd vlees en daarmee voor het uitblijven van vergaande verbeteringen van het dierenwelzijn in de Nederlandse veehouderij. Wie in Nederland diervriendelijker geproduceerd vlees wil kopen heeft te maken met een beperkt aantal winkels (slagers en supermarkten) die scharrel- of biologisch vlees aanbieden, met een zeer beperkt aanbod, met onduidelijke merken en keurmerken en -last but not least- met een hogere prijs. Hierdoor is nog lang geen sprake van een gelijkwaardige keuze en concurrentiepositie voor het alternatieve vlees, zoals dat bijvoorbeeld wel op de eiermarkt het geval is. Bovendien bevindt de consument zich helemaal aan het eind van de keten. Behalve zijn aankoopgedrag heeft hij weinig of geen middelen de productiewijze te beinvloeden. Wel kan de consument zich 'als burger' uiten en dan blijkt juist dat een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking de huidige productiewijze in de intensieve veehouderij, en het massaal afmaken van gezonde dieren tijdens de herhaaldelijke epidemieën, onaanvaardbaar vindt. Voor de overheid zou dit meer dan voldoende legitimatie moeten zijn voor een radicale beleidswijziging en voor actief ingrijpen.
|
|
 |
|
Overheid en supermarkten hebben sleutelpositie |
|
 |
|
Naast consumenten zijn veel meer partijen betrokken bij de veehouderij in Nederland: de toeleveranciers (zoals voerproducenten) en kapitaalverschaffers, de overheid, de boeren, de (vlees)verwerkende industrie en de detailhandel. Al deze partijen hebben stuk voor stuk meer mogelijkheden de gang van zaken te beïnvloeden dan 'de consument'. Compassion in World Farming is van mening dat al deze partijen zich met alle ter beschikking staande middelen moeten inzetten voor het diervriendelijker maken van de Nederlandse veehouderij. In deze korte reactie beperken we ons tot de rol van de overheid en van de supermarkten. Van de overheid verwachten we dat ze maatregelen neemt om boeren te stimuleren over te schakelen op diervriendelijkere productiewijzen. Waar dergelijke productiewijzen zich nog onvoldoende in de praktijk bewezen hebben moet de overheid onderzoek stimuleren en bereid zijn dit ook te financieren. Tevens moet zij, bijvoorbeeld via fiscale maatregelen, de concurrentiepositie van het diervriendelijker geproduceerde vlees verbeteren. En: last but not least: het is een principiële overheidstaak om via heldere en eenduidige regelgeving een eind te maken aan ethisch onaanvaardbare, uitgesproken dieronvriendelijke praktijken als pijnlijke ingrepen en het gebruik van veel te krappe, natuurlijk gedrag beperkende kooien of hokken. Ook van de supermarkten verwachten wij een actieve rol. Supermarkten nemen het grootste deel van de vleesafzet in Nederland voor hun rekening en bekleden een centrale positie tussen consument en producent. Zij hebben de mogelijkheid consumentengedrag én productiewijze te beïnvloeden. Van supermarkten verwachten wij daarom dat zij veel hogere eisen stellen aan het welzijn van alle dieren die voor het door hen verkochte vlees gehouden worden en dat zij daarnaast de verkoop van diervriendelijker geproduceerd vlees bij de consument promoten.
|
|
 |
|
Steun voor EKO |
|
 |
|
Uiteraard is Compassion in World Farming van mening dat de biologische veehouderij, vanwege dierenwelzijn en milieu, ver de voorkeur verdient boven de productie in de gangbare, intensieve veehouderij. Deze kleine sector verdient daarom alle mogelijke steun van overheid en andere betrokkenen. Compassion in World Farming onderschrijft uiteraard ook het belang van goede voorlichting aan consumenten en van promotie van biologisch vlees, als alternatief voor het gangbare vlees. In haar campagnes zet Compassion in World Farming zich daar ook actief voor in. We hopen dat meer mensen biologisch vlees gaan kopen en dat meer boeren biologisch gaan werken. De huidige crisis in de Nederlandse veehouderij en het gebrek aan maatschappelijk vertrouwen in de sector kan echter niet overwonnen worden door uitsluitend de biologische productie te bevorderen. Daarvoor zijn, zoals gezegd, over de hele linie forse verbeteringen in dierenwelzijn nodig. Pas wanneer er -bijvoorbeeld- niet meer gecastreerd wordt, wanneer varkens hun staarten mogen houden en wanneer dieren met respect behandeld worden, kan de Nederlandse boer weer trots zijn op zijn werk.
|
|
 |
|
Durf is nodig! |
|
 |
|
Compassion in World Farming realiseert zich dat het stellen van strengere, nationale eisen in een internationale markt op korte termijn kan leiden tot een verslechtering van de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven en tot het verplaatsen van problemen. De grootste fout die we kunnen maken is echter op basis van deze constatering niets te ondernemen en onvermijdelijke strategische beslissingen uit de weg te gaan. In de eerste plaats biedt dier- en milieuvriendelijkere productie nieuwe kansen in een regionale, noord- en westeuropese markt waar juist aan duurzaamheid steeds meer eisen gesteld worden. Bovendien is het zeer onwaarschijnlijk dat de Nederlandse veehouderij, ook wanneer gekozen wordt voor verdergaande rationalisatie, intensivering en schaalvergroting, op langere termijn de concurrentie met andere werelddelen vol kan houden. Daarom is het beter te kiezen voor een duurzame koers en actief beleid te ontwikkelen tegen de verwachte nadelen op korte termijn. Compassion in World Farming verwacht daarom van de overheid bijvoorbeeld dat zij zich in Europees verband sterk maakt voor veel strengere algemene dierenwelzijnsnormen in de EU, voor heldere labelling van diervriendelijkere producten en voor nieuwe mogelijkheden om vlees dat niet volgens de Nederlandse en Europese (welzijns)normen geproduceerd is buiten de deur te houden. CIWF zal zich daar, als internationale dierenbeschermingsorganisatie, voor blijven inzetten, evenals voor het verbeteren van het welzijn van landbouwdieren waar ook ter wereld.
Nijmegen, 16 oktober 2003 Geert Laugs Stichting Compassion in World Farming Nederland
|
|
 |
|
 |
WTO, de grootste bedreiging voor dieren. < WTO, een ramp voor dieren. > |
 |
|